5.1 Aftrekken worden beperkt
- De aftrek voor specifieke zorgkosten verdwijnt vanaf 1 januari 2028. Daarmee vervalt ook de bijbehorende tegemoetkoming specifieke zorgkosten.
- De algemene heffingskorting wordt vanaf 2028 deels weer uitbetaald aan de minstverdienende partner die geboren is op of na 1 januari 1963, mits het gezamenlijke verzamelinkomen lager is dan € 48.500.
- De inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK) ondersteunt werkende ouders met kinderen jonger dan 12 jaar. De hoogte hangt af van je arbeidsinkomen en je gezinssituatie. Deze korting wordt in de periode 2027–2035 afgebouwd naar nul. De maximale IACK bedraagt in 2027 € 2.918 en wordt bereikt bij een arbeidsinkomen van € 31.801.
- De vrijstelling voor groen beleggen wordt per 1 januari 2027 fors verlaagd. Per 1 januari 2028 vervalt de vrijstelling volledig. Ook de bijbehorende heffingskorting verdwijnt per 1 januari 2028.
5.2 Invoering nieuw box 3-stelsel per 2028 onzeker
Box 3 belast je privévermogen, zoals spaargeld, beleggingen en een tweede woning. Het huidige stelsel werkt grotendeels met forfaitaire rendementen. Is je werkelijke rendement lager dan het forfaitaire rendement? Dan kun je gebruikmaken van de tegenbewijsregeling.
De behandeling van het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 is voorlopig stilgezet. Hierdoor is het onzeker of het nieuwe box 3-stelsel per 1 januari 2028 ingaat. Het kabinet onderzoekt onder meer of een vermogenswinstbelasting een beter alternatief is dan een vermogensaanwasbelasting. Bij een vermogenswinstbelasting betaal je pas belasting over de waardestijging bij bijvoorbeeld verkoop. Bij een vermogensaanwasbelasting telt ook een nog niet gerealiseerde waardestijging jaarlijks mee.
Zolang deze onzekerheid blijft bestaan, geldt het huidige stelsel. De forfaitaire berekening en de tegenbewijsregeling zijn dan leidend. Een goede administratie van inkomsten, kosten en waardeveranderingen blijft daarom belangrijk.
5.3 Schenk- en erfbelasting: forfaits worden gemoderniseerd
De tarieven veranderen niet. Wel worden de vaste rekenregels voor rente en levensverwachting gemoderniseerd. Deze forfaits bepalen onder meer de fiscale waarde van vruchtgebruik en periodieke uitkeringen. Door de modernisering kan deze fiscale waarde veranderen. Een wetsvoorstel volgt naar verwachting in 2027.